Juryrapport Libris Literatuur Prijs 2006

K. Schippers, Waar was je nou

Het grote en veelsoortige werk van K. Schippers bestaat uit gedichten, verhalen, romans en essays. Eén van de kenmerken die al deze uitingen gemeen hebben, is een liefde voor de dingen. Schippers beschouwt ze aandachtig zonder ze stuk te maken. Hij dringt diep erin door, beproeft al hun mogelijkheden en gaat daarin soms heel ver, maar laat ze toch in hun waarde. Hun uiterlijk is voor hem namelijk geen schil die je weggooit om een vermeende kern te bereiken maar deel van hun wezen. Schippers is niet geïnteresseerd in symboliek; hij is op zoek naar de betekenis van wat hoorbaar, tastbaar en zichtbaar is.

Maar alles wat tastbaar, zichtbaar en hoorbaar is, is onderworpen aan het genadeloze regime van de tijd. Niets aan te doen. Of toch?

Een oude camera, zo een waar nog een rolletje film in wordt gedraaid, is het instrument waarmee de hoofdpersoon uit Waar was je nou zichzelf naar het verleden kan transporteren. Met de hulp van twee variétéartiesten en een broche kan hij van daar weer terug naar het hier en nu. Het lijkt het uitgangspunt voor een sprookje, en misschien is het dat ook wel maar dan een van het soort dat zich ieder moment om ons heen afspeelt zonder dat wij het merken. Als een foto een afbeelding van het verleden in het heden is, dan is het moment van de opname immers een blik in de toekomst geweest. Of niet?

K. Schippers bedrijft in dit boek variété met de werkelijkheid. Er ligt een doortimmerde constructie aan ten grondslag maar door de manier waarop de verteller aan de draden trekt, stijgt het gevaarte schijnbaar moeiteloos op, net zoals de vlieger die het omslag siert.

Schippers beoefent een verlicht realisme waarin de dingen moeiteloos van plaats en betekenis veranderen terwijl ze toch hun gewone vorm en kleur behouden. De intrige bestaat uit dagelijkse, bijna achteloze handelingen, het wegleggen van een sleutel, het staren naar een raam of een etalage, een wandeling over het strand. Een mondharmonica, een vlieger, een paar schoenen of een bril zijn de requisieten. Maar alles verdubbelt onder de handen van de schrijver. Decors worden een omgeving. Reclameleuzen of flarden van een lied werken als toverspreuken. Voorwerpen nemen een persoonlijkheid aan. Kleuren wisselen en verschuiven. Truc of magie? Bij Schippers doet dat onderscheid er nauwelijks toe.

Zoals er dankzij zijn vingervlugheid ook nauwelijks verschil tussen taal en muziek lijkt te bestaan. Het is een soort verhevigde spreektaal die hij hanteert: veel interieure monologen vol omschrijvingen die de blik net even anders richten, afgewisseld met dialogen die een vreemde melodie bezitten en toch heel natuurlijk klinken. Soms ontstaan er schrille contrasten, maar daarna vormt zich uit de confrontatie van klankkleuren en registers weer een verrassende, nieuwe harmonie.

Wat waarneming, dialoog en handeling daarbij verbindt is een volstrekt eigen ritme dat de lezer soepel maar onontkoombaar langs de meest onwaarschijnlijke wisselingen en overgangen voert in tijd en perspectief. Het is alsof de schrijver op papier beheerst wat grote jazzmusici ook van hun schoolse navolgers onderscheidt: de backbeat, het geluid net na de tel, het hangen in de maat. Op die even lome als dwingende en betoverende swing voert hij ons terug naar het Amsterdam en het Zandvoort van de jaren veertig en vijftig, zo overtuigend dat je er zelf ook wel zou willen blijven, en vertelt hij het verhaal van een liefde die door het verstrijken van de jaren zuiver en vederlicht is geworden, zo ontroerend alsof je haar zelf hebt beleefd.

Waar was je nou laat zien wat een roman op zijn best vermag – niet alleen vertellen, maar ook verbeelden, denken, dansen, spelen, zingen – en is daarmee niet alleen voorbeeldig binnen de literatuur maar ook voor andere disciplines. Het boek vertoont een engagement met de werkelijkheid zonder haar te reduceren. Het is een hoogtepunt in het unieke oeuvre van K. Schippers, het beste uit de oogst van het afgelopen jaar en in ieder opzicht de moeite waard die iedere goede lezer er voor zou moeten willen doen.

Amsterdam, 8 mei 2006

De jury

Guusje ter Horst, voorzitter
Hans Maarten van den Brink
Bart Keunen
Daniëlle Serdijn
Wim Vogel

Winnaar 2025

Shortlist 2025

Longlist 2025

archief