Arnon Grunberg – Onze oom

Oorlog in een niet bij naam genoemd Zuid-Amerikaans land, waar een staatsleger vecht tegen een Lichtend Pad-achtige guerrillabeweging: dat is het decor waartegen Arnon Grunbergs Onze oom zich afspeelt. Officieel is er geen oorlog. ‘Dat zou buitenlandse investeerders onnodig afschrikken’, lezen we. Maar de staatsterreur maakt vele slachtoffers. En het verzet ertegen gaat met terroristische aanslagen gepaard.

In deze rauwe wereld maken we onder meer kennis met Anthony, majoor in het staatsleger. Als militair is Anthony mislukt. Er worden aan hem nooit belangrijke opdrachten verstrekt. Maar ook als echtgenoot faalt hij: zijn vrouw blijft ongewild kinderloos. Het is zijn superieur in het leger die op de parallel wijst: wat moet hij in het staatsleger met mannen zoals Anthony; ‘mannen die thuis niet eens de oorlog in de slaapkamer kunnen winnen’. Menig schrijver van conventionele romans over de oorlog zou met een dergelijke parallel wel raad weten. Hij zou zich toeleggen op het kleine (de oorlog in de slaapkamer) en rekenen op het typisch literaire effect dat zich daarin het grote (de Oorlog in een met harde hand geregeerde samenleving) weerspiegelt.

Maar Grunberg schrijft geen conventionele romans. Hij legt zich in Onze oom niet toe op het concrete, particuliere en behapbare slaapkamerprobleem van de majoor. In Onze oom smijt hij de Oorlog helemaal en rauw op ons dak. Op de titelpagina staat de genreaanduiding ‘roman’. Maar het is duidelijk dat de auteur ervan zichzelf niet alleen ziet als schrijver van literair proza. Hij is minstens evenzeer onderzoeker, of journalist. Onze oom is een roman die hij niet had kunnen schrijven zonder de ervaringen die hij opdeed in Irak en Afghanistan. Hij verwerkte er ook materiaal in uit gesprekken die hij hield met guerrilla-terroristen en met slachtoffers van de Peruaanse en Boliviaanse staatsterreur.

In het laatste hoofdstuk van Onze oom verschijnt plotseling een journalist ten tonele: een jonge man in wie we gemakkelijk Arnon Grunberg herkennen. De suggestie is dat deze jonge journalist, die verder helemaal buiten de verhaalgebeurtenissen staat, aan het eind van de roman de documentatie aan het verzamelen is voor het verhaal van Onze oom. Waarom doet hij dat? Omdat hij, zegt hij, ‘zo dichtbij mogelijk’ probeert te komen, zo dicht mogelijk ‘bij het gevaar, bij de vernietiging, bij de dood’. Dat is precies wat Grunberg in deze roman doet. Het is hem om de literaire verwerking van waarachtige ervaringen te doen, om de nabijheid van realiteiten die zich niet laten wegrelativeren. Literatuur moet weer over de essenties van het leven willen gaan, zo lijkt hij te betogen. En dat betekent dat ze om te beginnen een beetje minder literair moet durven zijn.

Onze oom is een roman die de lezer 700 bladzijden lang het idee geeft naar een schrijver te kijken die de grenzen van de roman probeert op te rekken. Een schrijver die zoekt naar een nieuwe urgentie voor de roman, zowel in het politieke als in het ethische. Het resultaat is een verbluffend boek: indringend en confronterend.

Amsterdam, 23 maart 2009

De jury

Ivo Opstelten, voorzitter
Mark Cloostermans
Carel de Haseth
Janet Luis
Thomas Vaessens

Winnaar 2025

Shortlist 2025

Longlist 2025

archief