De goede zoon - Rob van Essen,  Atlas Contact

De goede zoon sleurt ons mee door fascinerende en soms bizarre werelden. Het is een roman die ons op het verkeerde been zet en op de hak neemt, ons verleidt en van zich afduwt, en ons op schitterende wijze confronteert met de tekortkomingen en uitdagingen van ons eigen leven.

Rob van Essen duikt in zijn meesterwerk een vervreemdende nabije toekomst in, en neemt ons dan weer mee in het nauwelijks minder absurde verleden van zijn hoofdpersoon. Niet dat de auteur zich al te strikt houdt aan die scheiding tussen tijd- of verhaallijnen: alles loopt door elkaar in De goede zoon, en Van Essen slaat allerlei zijpaden in, schijnbaar zonder zich al te druk te maken over waar die hem precies naartoe brengen. Soms krijg je het gevoel dat de naamloze hoofdpersoon zo’n beetje in het wilde weg kletst. Dat hij tastend zijn weg zoekt door vermakelijke anekdotes over zijn jeugd, zijn post-studietijd en het wat grauwe leven daarna. De hoofdpersoon doet geen enkele moeite om die kletserige indruk weg te nemen. Sterker nog, die vóedt hij, bijvoorbeeld door droogkomisch commentaar te geven op zijn eigen verhaal en zijn manier van vertellen: ‘Ik geloof dat ik het wel zo’n beetje heb zo,’ eindigt hij het tweede van de zes delen, ‘wat jammer is, ik zou liever nog wat doorzeuren over die tijd, ik heb geen zin om terug te keren naar de toekomst.’

In die zeer nabije toekomst hebben mensen een basisinkomen. In de zorg en in de horeca werken ‘robo’s’ die soms verrassend gevat uit de hoek komen, en iedereen schrijft boeken, terwijl er nauwelijks nog lezers zijn. Die schaarse lezers willen geen echte literatuur. Ze willen herkenbaarheid, ze willen ‘hun eigen wereld terugzien, ze wilden niet verontrust worden maar gerustgesteld.’ Het einde van de literatuur is in zicht. Een dystopisch beeld, maar niet zwaar of naargeestig; de roman snijdt ernstige kwesties aan maar houdt steeds een lichte toon en werkt zelf bepaald niet mee aan het einde van de literatuur. Integendeel, deze roman blaast de literatuur juist een krachtig nieuw leven in. Het boek doet alles wat literatuur moet doen: het intrigeert, het amuseert en het zet aan tot nadenken over onszelf en de wereld om ons heen, die in deze roman in een scherp en verrassend licht komen te staan. En dat alles gebeurt op een oorspronkelijke manier en in een ongewone vorm.

De hoofdpersoon suggereert vaak dat hij machteloos staat - niet alleen tegenover zijn vertelling, maar vooral tegenover de eisen van de toekomst en het leven zelf; de verzameling dagelijkse krankzinnigheden die we ‘de realiteit’ noemen. In werkelijkheid heeft zijn schepper alle touwtjes van het verhaal strak in handen. Onder de nu eens ironische, dan weer verwonderde, maar vrijwel altijd luchtige verteltoon schuilt een verrassend ingenieuze compositie. Allerlei op het eerste gezicht onbenullige details keren de hele roman door terug. Soms in de vorm van running gags, soms in de vorm van steeds iets minder vage terugblikken of een steeds sterkere hang naar antwoorden. Hoe laconiek hij ook kan klinken, de hoofdpersoon blíjft zoeken naar manieren om de raadsels te verklaren - die uit zijn eigen leven en die waarover we ons allemaal wel eens het hoofd breken: tijd, geheugen, kunst, geloof, relaties. Iets achterlaten en vergeten worden. Zingeving en zinloosheid.

Zowel de vragen als de verklaringen zijn zelden echt eenduidig. De goede zoon is een bijzondere combinatie van speelsheid en ernst, transparantie en raadselachtigheid. De hoofdpersoon is niet alleen de verteller, hij is zelf ook schrijver, een schrijver van plotloze thrillers. In zekere zin is De goede zoon zelf zo’n plotloze thriller. De verhaallijnen in verleden en toekomst worden bij elkaar gehouden in een tamelijk ingewikkelde plot. Die voert de lezer achtereenvolgens mee naar een merkwaardig Archief, een verzorgingstehuis waar de moeder van de ik eerst op de open en vervolgens op de gesloten afdeling verblijft en waar hij twintig jaar lang ‘de goede zoon’ heeft uitgebeeld, naar een geheimzinnige Dienst en op reis met een zelfrijdende, praatzieke auto naar een onduidelijke bestemming – De goede zoon is ook een wonderlijk soort road novel. Maar op de een of andere manier lijkt die plot er niet zoveel toe te doen, hij lijkt in ieder geval niet de hoofdzaak te vormen. Met al zijn bizarre invallen, groteske wendingen, lijnen en lagen laat van Essens meesterwerk ons zien en voelen wat het betekent om te leven in deze tijd, met zijn overdaad aan vrije tijd en luxe, met zijn robots en computers, een tijd waarin alles en iedereen constant in de gaten wordt gehouden en waar nodig van bovenaf gecorrigeerd. De goede zoon is een even inspirerende als speelse analyse van het voorbijgaan van de tijd en het vasthouden ervan. Maar bovenal is de winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2019 een sprankelend werk van literaire verbeelding.

Amsterdam, 6 mei 2019

De jury

Jet Bussemaker, voorzitter
Erica van Boven
Sigrid Bousset
Dries Muus
Petra Possel

Rob van Essen - De goede zoon