Laudatio’s genomineerde auteurs

Laudatio’s voor de genomineerde auteurs tijdens de borrel in de Zuilenzaal

Op maandag 11 mei 2026 zijn alle zes genomineerde auteurs voorafgaand aan het diner in de Concertzaal en de bekendmaking van de winnaar toegesproken door hun laudatiogevers:

Sanne Wallis de Vries voor Peter Buwalda De jaknikker
Maria Vlaar voor Lieselot MAriën Als de dieren
Dirk van Weelden voor Peter Terrin Nog lang geen winter
Alma Mathijsen voor Nadia de Vries Overgave op commando
Nazmiye Oral voor Coco Schrijber Het gezoem van bijna alles
Jean-Marc van Tol voor Bert Natter Aan het einde van de oorlog

Sanne Wallis de Vries voor Peter Buwalda

Peter Buwalda, 

Zwijn dat je er bent.

De oranje baksteen die menige boekenkast, koffietafel en/of nachtkastje siert in de hoop op entertainment… nee laat ik niet voor anderen spreken, laat ik niet invullen wat ik dénk dat de gemiddelde Nederlandse lezer verwacht en waar hij/zij/x op hoopt, ook al denk ik te weten wat het is, wat de Nederlandse lezer verwacht en waar ie op hoopt, namelijk een mix van entertainment en educatie, wat je OOK krijgt bij de Jaknikker, ja OOK, maar mixen strijkt glad. En dat is alles wat jouw boek/baksteen niet doet, Peter Buwalda, zwijn. 

Je boek gaat te werk als een jaknikker, het pompt en diept op, het gaat te werk als de kurkentrekker die van Dolfje Appelqvist in de schedel van Eskenazi moet, oh nee niet, dat moet niet ECHT, want dat staat in een boek… in een boek… in een boek, ja toch wel in het boek, want als dat boek niet is wat je op de bladzij leest, staat er bovenaan die bladzij ook niet DE JAKNIKKER, hoewel je op dat moment wel degelijk in het boek DE JAKNIKKER aan het lezen bent, en aangezien ik hier ben om zowel het boek DE JAKNIKKER als de schrijver ervan PETER BUWALDA een veer in de zwijnebips te steken, voel ik mij geroepen om de welhaast fysieke ervaring te delen die mij overviel toen ik belandde op de eerste bladzij waar bovenaan de woorden DE JAKNIKKER wegvielen… die ervaring is niet te beschrijven, die moet je meemaken. 

DE JAKNIKKER is echter zoveel meer dan een truc. Het is een staaltje inlevingsvermogen, een belachelijk levensecht overbrengen van verschillende personages, nietsontziend, ontluisterend en hilarisch. Peter Buwalda, je bent wat mij mij betreft de beste schrijver van Nederland. dat zeg ik niet vanwege mijn functie vandaag, al was het maar vanwege de boekenbon die ik ervoor krijg. Maar wat DE JAKNIKKER doet met de lezer, is tegelijk een ontsnapping bieden alsmede de beklemming van het leven laten zien. Want stel, je hebt, zoals wellicht sommige aanwezigen hier, ik noem geen namen, een leven binnen je leven, en missschien daar nog wel een leven binnen… dan realiseer je je dat ze niet allemaal tegelijk kunnen plaatsvinden, maar dat het ene leven het andere ook bestaansgrond geeft. Waar de zwijnen hun snuiten in steken, op zoek naar de truffels, en daarbij onherroepelijk andere zaken aan de oppervlakte brengen. Kortom, de Nederlandse lezer wordt bediend. Educatie en entertainment, ja, en een sensationele leeservaring, als je ervoor open kan staan. Je hebt jezelf overtroffen Buwalda. Pak die prijs, je verdient ‘m. Zwijn, zo noem ik je niet, maar dat ben je, in de Chinese dierenriem. Oh ja, als het boek verfilmd wordt, mag ik dan Tosca Appelqvist spelen? 

SANNE WALLIS DE VRIES

Maria Vlaar voor Lieselot Mariën

Beste Lieselot,

Experiment! Dat is het eerste woord dat bij mij opkomt als ik denk aan jouw debuut Als de dieren – een grandioos debuut, genomineerd voor de Boon Literatuurprijs, voor de Bronzen Uil en nu voor de Libris Literatuur Prijs – hoe hou je de spanning vol Lieselot?
De eerste vraag die dit verpletterende boek bij mij opriep was: Hoe metamorfoseert een mens in het leven steeds opnieuw? Jij lijkt in je leven steeds nieuwe paden te hebben gevonden: in de theaterwereld, als kok, als filosoof, als podcastmaker en als advocaat in de wereld van het recht en de wet. En dan overkomt je iets wat je op je grondvesten doet schudden: je wordt moeder, je zoontje is een huilbaby, en jij raakt verstrikt in een postnatale depressie.
Dáár wilde je over schrijven, hoewel die term zelf niet voorkomt in je boek – ja, dames en heren, er is hier pure noodzaak in het spel, en die noodzaak spat van iedere bladzijde! Je wilde er beslist geen rechttoe-rechtaan verhaal van maken, want zo is het leven niet. Het moest ontregelen – eigenlijk moest de tekst zelf nét zo ontregelend en vervreemdend zijn als jouw ervaring was.
Dat leidde jou tot de bijzondere literaire vorm die het boek heeft: een experimentele vorm.

De experimentelen – in Nederland waren dat schrijvers als Jacq Vogelaar en Lidy van Marissing – hebben hier in het soms al te realistische noorden niet, maar in Vlaanderen wel voet aan de grond gehouden; zie een van jouw literaire voorbeelden Tongkat van Peter Verhelst. In Gent bestaat zelfs een studiecentrum voor experimentele literatuur, waar Daniel Robberechts en andere mannen bestudeerd worden en concepten als de ‘anti-roman’ worden besproken. Hoog tijd, lijkt mij, dat ze Als de dieren gaan lezen en bestuderen!

Want jouw boek is misschien óók een anti-roman, maar nog veel meer: jij hebt hoogstpersoonlijk het genre van het experiment nieuw leven ingeblazen, en salonfähig én aantrekkelijk voor het leespubliek gemaakt. Iedereen wil jouw roman lezen, omdát een geslaagd taal- en tekstexperiment ook echt diep kan raken en ontroeren. En je trekt – net als de ooit verguisde Van Marissing, trouwens – wezenlijke elementen uit vrouwenlevens in die experimentele context. Zoals het verschrikkelijke gevoel gevangen te zijn, als moeder, in de band met je baby die al je aandacht opeist en je niet laat slapen. Bij de scène dat de ik wanhopig rondloopt met de baby op haar buik en het zweet tussen die twee lijven hen als lijm aan elkaar kleeft, was ik diep geraakt. Je hoofdpersoon verliest haar identiteit en wordt twéé hoofdpersonen, en dan is de tekst in kolom gezet – alsof je maar de helft bent van wie je was. Er is – letterlijk, zie het omslag – een hoekje van je af.
“Ik wilde de naald met precisie in de pijn plaatsen, alleen zo kun je een wond aftasten.” Dat zeg je zelf over je boek – en mensen: doe dat mét Lieselot Mariën, de naald in die pijn, dit is een leeservaring zoals u zelden zult hebben!

Lieselot, veel dank daarvoor, en chapeau.

MARIA VLAAR

Dirk van Weelden voor Peter Terrin

Beste Peter,

Een klein wonder, de roman Nog lang geen winter. Dat leg ik uit. Simon, de hoofdpersoon is een ongeveer vijftigjarige fotograaf-kunstenaar. Ook al paft hij in het boek 19 sigaretten, hij is kerngezond, loopt tussen fotosessies en een nachtelijke wokmaaltijd rustig 22 km hard. Maar hij bevindt zich op een dood punt. Het vuur uit zijn werk. Huwelijk op de klippen, vrouw overleden. Van zijn dochter vervreemd. Sinds haar 9e zag ze hem als de vijand, die haar beperking niet kon accepteren en de veiligheid en warmte in het gezin ondermijnde met zijn afstandelijke fotografische blik. Er is een groot geldbedrag op zijn rekening geland. Smartengeld, omdat er iets is misgegaan. Zijn gevoel van vervreemding wordt bevestigd: hij heeft een quantumsprong naar een parallel leven gemaakt en is hier gestrand.

Vanaf dat moment, dat hij zich open stelt voor zijn eventuele schuld, -misschien wel de basale schuld te bestaan, te willen, te verwachten, te kiezen; vanaf dat moment verandert hij en verandert ook zijn dochter. Hij opent zich, ze zoeken toenadering, zij vraagt om vergeving, hij neemt haar in vertrouwen. Tot aan het punt dat ze hem aanmoedigt de kans te benutten terug te keren naar zijn eigenlijke leven. Waarin zij niet bestaat. Ze is een heilige, ze offert haar hervonden vader op voor zijn geluk. 

Peter Terrin bouwt dit verhaal met gevoelig en sober geschreven scènes en beelden, voorzien van een licht onheilspellende, droomachtige belichting. Er is altijd een andere fictieve planeet te lezen in de details van het dagelijkse bestaan. Licht van toon en met bloedige ernst geeft Terrin de lezer waar die net als Simon naar verlangt: troost, verzoening met de schuldige, onbevredigende werkelijkheid van ons leven.

Ik sta hier om te zeggen waarom wij de auteur van dit boek moeten bewonderen en lof toezwaaien. Er zijn tal van redenen en ik kies deze: Terrin geeft ons Deel Twee. Dat onthult de afgrond onder Simons zoektocht naar verlossing. Van over de schouder van Rebecca, zijn vrouw in dat andere leven, zien we Simon, teruggekeerd uit het parallelle leven, ontwaken en daarop in afgrijzen zwijgen. Plaats je in zijn schoenen! De horror! Hij zal natuurlijk nooit zeker weten of hij de juiste keuze heeft gemaakt. Omdat die niet bestaat! Wat hij ook kiest hij zal schuldig zijn en eenzaam. 

In welk leven ook, hij zal zich moeten overleveren aan de pijn, de moeite en de schoonheid van het wrede wonder dat het leven is. In deel 1 erkent en verkent Terrin gevoelens en verlangens omtrent schuld, vergeving, verlossing. Allemaal zaken die W.F. Hermans zou hebben bespot en geparodieerd, Peter niet.

Deel 2 steekt voorbij aan die prettig herkenbare gevoelens. Tot in de onderwereld, waar zich ophoudt wat we liever niet herkennen, waar we niet aan herinnerd willen worden. Deel 2 verrijkt en vergroot deel 1 van binnenuit.

De beste romans laten ons beseffen dat al de mythes en verhalen die we onszelf vertellen, inclusief het geloof in verlossing, onuitroeibaar, maar vergeefs zijn. Dat is een verschrikkelijke waarheid zou Hermans zeggen. De beste romans zorgen ervoor dat we die verschrikkelijke waarheid kunnen verdragen. Daarom lezen we ze.

Dat is het zachte, wrede wonder van Nog lang geen winter.

DIRK VAN WEELDEN

Alma Mathijsen voor Nadia de Vries

Voor Nadia.

Ik raakte compleet verslaafd aan het werk van Nadia de Vries in 2019. Ik las Kleinzeer, een klein boek over het leven van een meedogenloos meisje dat altijd verteld was dat ze jong zou sterven, maar plotseling geneest. Ze wordt ineens gedwongen om mee te doen aan het leven. Ik herinner me dat ik tijdens het lezen dacht: wat is dit nu? Alsof ik een zeldzame steen in de bergen had gevonden die niemand eerder ooit had ontdekt. De steen fonkelde waanzinnig mooi en prikte tegelijkertijd met zijn scherpe uiteindes gaatjes in mijn handpalm. Bloed droop over mijn arm, maar ik kon al niet meer loslaten.

Sinds Kleinzeer ben ik door mijn knieën gezakt voor alles wat ze maakt. Ik kan Overgave op commando niet apart zien van De bakvis en Kleinzeer, haar eerdere prozawerken die bij Pluim verschenen. Voor mij is het een eenheid die je niet los van elkaar kunt snijden. Kleinzeer is de kiem waar alle meedogenloosheid zijn oorsprong vindt, De bakvis is de transformatie van een vrouw in een hoger wezen, Overgave op commando is de triomf. Een trilogie met een ronkend slotstuk dat iedereen die het heeft gelezen achtervolgt.

Overgave op commando begint met het motto:

This is a chain for you babe …
Babe it goes around your throat
Now yield to me …
That little bit of love that you have…

Ik heb mijn hoofd lichtjes gebogen en liet me ketenen. Overgave op Commando leest als een bevrijding en onderwerping ineen. Haar personages zijn gruwelijk én ontroerend, hebben een enorme stootkracht in zich én zijn intens kwetsbaar, ze zijn lelijk én ze zijn bloedmooi. Hoe langer ik lees ik meer ik me vereenzelvig met het toneel dat ze opvoert, dat krijgt zij voor elkaar. Ik voel me onoverwinnelijk in een wereld waar alles zich tegen me keert. Haar werk leest als een bezwering om de dood op afstand te houden. Het is een schild. Door het gruwelijke in al zijn gruwelijkheid te laten zien, vindt er een omkering plaats.

Daarom is Overgave op Commando een meesterwerk. Geen lezer kan dit lezen en onveranderd blijven. Pas op, Nadia de Vries weet precies wat ze doet.

ALMA MATHIJSEN

Nazmiye Oral voor Coco Schrijber

Lieve Coco Schrijber 
Lieve allemaal 

Ik ben verpletterd geraakt 
Gevangen gezet 
In mijn eenzaamheid 
Als kauwgom zo ver uitgerekt tot ik dacht dat ik zou knappen
van vorm naar vorm gekneed in de kundige handen van Coco Schrijber 

Daarnaast realiseerde ik me
Alles wat ik heb gelezen 

Ik heb het meegemaakt,  
In de ghettos van Hengelo

Want daar zag ik 
Het leven begint voor elk kind gelijk 
Met de armen uitstrekt ontvangt het je 
Gul
Met de belofte aan avonturen en geluk 

Het leven wacht op je 
Wil met je mee oplopen 
Als je het bij kan houden 
Ik heb het meegemaakt 
Al die kleine genieën 
Met flitsende intelligente ogen 
Niet gewend dat iemand ze applaudisseert omdat ze zo slim zijn en goed kunnen berekenen 
Tot er een moment komt 
Onherroepelijk 
Zo rond een jaar of zes / zeven 
Waarin de regressie begint 
Het licht begint te doven in de ogen 
De armoede te zien is aan het jonge lijf vol snelle suikers en meel en olie 
Veel meel en olie want als veiligheid thuis niet te waarborgen is dan is er altijd nog de veiligheid van goedkoop vet eten 
Ik heb het gezien 
Het beloftevolle leven dat uit die lichamen glijdt
Uit die ogen 
Je even niet oplet en het puntje waar je het leven aan vasthield ineens loslaat 
En je in de jaren erna erachter komt wie je werkelijk bent 
Het leven is een heliumballon 
Het lintje moet je stevig vasthouden
Anders glipt het zo uit je vingers en zie je het steeds hoger en hoger klimmen, tussen de wolken en krijg je het niet meer terug 

Dus wie ben je 
Trotseer je je lot en zeg je 
Dit had ik niet besteld 
Return to sender?

Of buig je het hoofd 
Aanvaard je een leven waarin je wacht 
Op iets 
Wat misschien nooit komen gaat 
Tot je niet meer weet waar je op aan het wachten was en wie je in essentie bent 

Vaak dacht ik tijdens het lezen van dit prachtige boek, dit ben ik 
het gezoem van bijna alles ken ik..
Ik hoor het, van binnen 
Wat zegt dit over mij 
Ben ik aan het wachten ?
Ben ik depressief ?
En als ik het me zou permitteren 
Wat een schoonheid zit er dan in het naar de tyfus helpen van je leven 
Eventjes maar 
Wat een opluchting zou dat zijn, om dat met open vizier te doen
Wachtend op NIETS
Want hoe vermoeiend is dat wachten 
Op iets 
Het zoeken naar het touw van de ballon
Of het stevig vasthouden ervan 

Sommige mensen zijn schenkers
Andere zijn ontvangers 
Coco Schrijber is een herrinneraar 

Aan het wonderschone leven
Dat koste wat het kost waard is om ten volle geleefd te worden 
Al betekent dat soms dat je als een supernova nog een laatste dot gas moet geven om glorieus ten onder te gaan op een besneeuwde bergtop. 

NAZMIYE ORAL

Jean-Marc van Tol voor Bert Natter

Voor Bert Natter.

‘Dit is écht goed geschreven! Zo zorgvuldig. Wat een talent’ Zo ongeveer reageerden we toen we voor het eerst iets lazen van een zekere Bert Natter, bijna 45 jaar geleden, op de middelbare school, voor de schoolkrant. ‘We’ dat waren Ronald, Eric en ik en andere redactieleden. Onze eerste kennismaking. Tot op de dag van vandaag zijn we vrienden en doen we wat we toen ook al deden. Boekjes maken. Ronald debuteerde in 1992 met ‘Ik ook van jou’, en ik tekende vogelboekjes vol vanaf 1997. Berts debuut verscheen in 2009: ‘Begeerte heeft ons aangeraakt’ en werd bekroond met o.a. de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.

Hij werkte hierna aan een gestaag uitbreidend oeuvre, dat wachtte op een doorbraak bij een groter publiek. Die bleef uit. Misschien doordat hij steeds een totaal ander boek schreef. Of misschien door het hoge literaire gehalte, wat hem niet zozeer een writers writer maakte, maar eerder nog een writers writer writer. Tot de verschijning van dit magistrale meesterwerk: ‘Aan het einde van de oorlog’, het begin van Natters zegetocht. De roman werd bejubeld, buitenlandse uitgevers stonden te springen om de vertaalrechten. Natter verovert de wereld. Terecht.

‘Aan het einde van de oorlog’ is het meest aangrijpende boek dat de laatste jaren verscheen. Niet alleen goed geschreven, zorgvuldig als altijd, maar compleet origineel in zijn opzet, waardoor je als lezer gaandeweg in de hoofden van meer dan 30 personages verdwijnt; het boek grijpt je bij de keel. Exact 24 uur ben je aanwezig bij de grootste wandaad in de geschiedenis van de mensheid, op een van de verschrikkelijkste plekken op aarde. Desondanks bevat het boek een lichtheid, en is het soms zelfs geestig, wat de voortdurende aanwezigheid van de Dood nog schrijnender maakt.

Dood en muziek waren door Berts boeken. Wanneer je al zo lang met elkaar bevriend bent, ken je niet alleen elkaars leven, maar ook elkaars doden. Zijn jonggestorven broer Wouter zit in ieder boek. Ook zijn nog niet lang geleden overleden vader en moeder en die lieve hulphond Hutsch… kregen een plek in zijn oeuvre. Maar in geen van zijn boeken ligt de Dood zo op de loer als in Aan het einde van de oorlog. Is het daarom een somber boek? Nee. Bert gebruikt taal, zoals componisten muziek: hij biedt troost. Troost voor ons, achterblijvers en overlevers.

Wat hij in deze roman doet is uniek, bijna onmogelijk: met ‘Aan het einde van de oorlog’ zet hij de grootste gruweldaad aller tijden om in iets moois, iets prachtigs, voor de eeuwigheid. Alleen hele grote schrijvers kunnen dat. Mijn vriend Bert Natter is zo’n schrijver.

JEAN-MARC VAN TOL

Jet Steinz, Peter Buwalda en Bert Natter

 

Alma Mathijsen en Nadia de Vries

 

Peter Terrin luistert naar Dirk van Weelden

 

Winnaar 2027

Shortlist 2027

Longlist 2027

archief