Een geestige, fascinerende en tegelijkertijd ontluisterende roman die wel raad weet met pubers die met hun hoofd in de wolken lopen en er langzaam maar zeker achterkomen dat ook zij onderhevig zijn aan de wetten van de zwaartekracht. Beweging willen zij, geen stilstand. Ze zijn ervan overtuigd dat zij hun oorspronkelijkheid, hun zuiverheid zullen bewaren. Die oude, romantische tegenstelling tussen bevlogen idealen en de grijsheid van het alledaagse, het verhaal van iedere nieuwe generatie, geeft Tommy Wieringa op een oorspronkelijke en navrante wijze weer. 

Een gelukkige vondst is de persoon van de verteller van dit zinderende jongensboek, de jonge, zwaar gehandicapte Fransje Hermans. Om het verstenen en versterven, opgedoken in een boek over een samoeraikrijger, te ervaren, tart hij het lot door op zijn dertiende in een weiland te gaan liggen terwijl de grasmaaier zijn werk doet. Daarna is hij veroordeeld tot de invalidenkar, slechts één arm functioneert nog. Maar dom is hij niet en schrijven met die ene hand kan hij ook en zo wordt hij met zijn genadeloze observatievermogen de kroniekschrijver van een groepje leeftijdgenoten dat de wereld wel eens wat zal laten zien. 

Aanjager en katalysator van de ‘beweging’ is Joe Speedboot, een nieuwkomer in het dorp. De bommen die hij fabriceert, het vliegtuigje dat hij in elkaar knutselt – dat ook echt vliegt, een fantastisch moment – creëren een sfeer waarin zijn vrienden het vermoeden krijgen te kunnen ontsnappen aan de middelmaat en het brave burgerdom. 

Niets is voorspelbaar in dit gloedvolle verhaal. Niet de dood van Engel, die in Parijs een hond op zijn hoofd krijgt. Niet de zegetocht die Fransje Europa door voert als armworstelaar en zeker niet de deelname van Joe, met een shovel, aan de race Parijs–Dakar. De moed van Wieringa het toeval toe te laten werkt verfrissend en is een verademing in onze veelal overgeconstrueerde literatuur. Knap is ook de wijze waarop hij ons wijst op de magie die er tussen lezer en tekst tot stand kan komen. De werkelijkheid, het verraad van het meisje PJ, waar zowel Fransje als Joe van dromen, wordt hun, maar ook de lezer, duidelijk gemaakt door een roman die PJ’s vriend schrijft, wat als deelthema weer iets is om je vingers bij af te kluiven. 

Wieringa beschrijft de opkomst en ondergang van zijn titaantjes geestig, liefdevol, serieus en vol melancholieke treurigheid. In de laatste alinea’s van deze sprankelende roman dringt het ook tot Fransje door dat het grote afscheidnemen is begonnen, dat vriendschap een illusie is en dat ook hij al behoort tot de ‘Alles-Wordt-Minder-Mannen’ op hun bank bij de rivier. Het doet pijn ook bij Wieringa te moeten lezen dat de talentlozen het altijd opnieuw het langst weten uit te zingen. Of om Fransje te citeren: ‘Talent bouwt de motor, de ploeteraar vult olie bij.’ 

Amsterdam, 27 maart 2006 

De jury

Guusje ter Horst, voorzitter
Hans Maarten van den Brink
Bart Keunen
Daniëlle Serdijn
Wim Vogel

Tommy Wieringa - Joe Speedboot