Saskia wordt voor het eerst moeder, samen met haar liefdespartner Juli. Ze zou op een roze wolk moeten zitten, maar zo is het niet voor Saskia, die niet de biologische moeder is van zoontje Saul, en bovendien uit een gezin komt waar ouderlijke liefde niet per se onvoorwaardelijk was. Hoe doe je dat: moeder worden? Hoe word je moeder naast de biologische moeder van je kind, voor wie het ouderschap en bijbehorende onvoorwaardelijke liefde voor de baby een vanzelfsprekend gevolg lijken van het baren?

Met Nachtouders schreef Saskia de Coster een roman over een zelden belicht onderwerp in de literatuur: de angst van ouders dat zij niet genoeg van hun kind zullen kunnen houden. De Coster doet dat op een wervelende, stilistisch vernieuwende manier. De compositie van de roman is even vrij als autonoom. De Coster wisselt theatrale dialogen af met bespiegelingen over het moederschap, de relatie, het kind, afkomst, schrijven én met het verhaal van de reis naar de biologische donorvader van zoontje Saul, die in de hippie-commune op een eiland voor de Canadese kust verblijft. De taal waarin De Coster schrijft is vitaal als een pasgeboren baby. ‘De buitenwereld schijnt door het zonnige geboorteraam (…) kijkt neer op iedereen.’ Onnadrukkelijk is die buitenwereld aanwezig in de roman: extreemrechts heeft fors gewonnen bij de verkiezingen; in Frankrijk protesteren een miljoen mensen tegen het homohuwelijk. De buitenwereld lijkt samen te spannen met de innerlijke demonen van verteller Saskia: heeft zij wel recht op de titel ‘moeder’?  Organisch maakt De Coster voelbaar hoe ideeën en gevoelens over intieme zaken als ouderschap en liefde mede bepaald worden door de maatschappelijke context waarin we leven en opgroeien. Daarmee ontstijgt Nachtouders het genre van egodocument. Saskia de Coster schreef een superieure roman over de tijd waarin we leven.

Lees het volledige juryrapport

Saskia Coster- Nachtouders