Inleiding

Vier mannen, één vrouw. We lazen. Verslaafd aan het regelmatige ritueel van een kist met boeken die ons, steeds weer vol verrassingen, werd thuisbezorgd en aan de levendige, maar opvallend eensgezinde discussies die zouden volgen. In de wetenschap dat schrijvers geen boeken schrijven om aan een wedstrijd mee te doen. Een literaire prijs is geen wedstrijd tussen schrijvers, maar tussen boeken.

De Libris Literatuur Prijs is – de naam zegt het al - een literaire prijs. Maar het literaire gehalte van de jaaroogst 2006 is ons, eerlijk gezegd, niet meegevallen.
Lag dat aan ons? Zijn wij misschien een verwende jury, verwend met de canon van de Nederlandstalige literatuur en het beste uit de contemporaine buitenlandse literatuur? Lag het aan de uitgevers die met hun marktdenken een overdaad aan ‘doelgroepenproza’ produceerden? Commercieel wellicht interessant, maar literair?

We lazen veel ‘workshopproza’: braaf maakwerk, in de beste gevallen gepolijst en foutloos, maar onpersoonlijk en zielloos. We lazen veel boeken die de indruk wekten dat redactionele begeleiding in uitgeversland geen hoge prioriteit (meer) heeft: boeken die blijven steken in een gemakzuchtig idee, die lijden aan stilistische onbeholpenheid of wijdlopigheid; boeken vol slordigheden; boeken die met een zorgvuldiger begeleiding en een minder haastig uitgeefbeleid aan kwaliteit hadden kunnen winnen.

Ook in de literatuur leiden vele wegen naar Rome, maar dat neemt niet weg dat in deze jury bepaalde bezwaren steeds terugkeerden. Thematisch gezien zoeken veel schrijvers het dicht bij huis, en als de locaties ver weg gezocht worden, komen de problemen toch weer uit de huiselijke kelder. Het autobiografische genre leidt nogal eens tot verhalen met een zwakke structuur en het verhaal overstijgt zelden het individuele drama. Maar ook waar het fictie betreft blijken verhalen met een goede plot, die vlot verteld zijn en een overtuigend slot hebben, dun gezaaid te zijn. Waar ‘straatrumoer’ opklinkt, blijft dat veelal steken in een eendimensionaal realisme – eerder sociologisch interessant dan literair.

En: waar waren de vrouwen? Het vrouwelijke jurylid sloeg haar hoofd tegen de muur. Niet opgepast. Je wist toch hoe dat ging met zo’n mannenjury. Je las dat toch iedere dag in de kranten. Ze haalde alle door een vrouw geschreven boeken uit de dozen, ruim vijftig van de 160. Wat een fatsoenlijk percentage! En ze herlas: lichtgewicht, kleine persoonlijke wissewasjes, thrillers, relatieproblemen, al of niet in moord eindigend, of in een cursus.
Zijn het de vrouwen die deze thema’s kiezen of de uitgevers?

Uit de oogst van 160 boeken bleven uiteindelijk toch nog zo’n vijfendertig titels over die in principe in aanmerking kwamen voor een longlistnominatie. Het kostte ons geen moeite om daar een gevarieerde longlist uit samen te stellen met achttien boeken die stuk voor stuk getuigen van literair vakmanschap, durf en visie. Misschien zelfs wel noodzaak. Boeken die laten zien dat literatuur meer kan zijn dan een spelletje, boeken waarin iets op het spel staat. Geschreven door schrijvers die een vinger aan de pols van de tijd houden, of diep in eigen vlees snijden. Hoe dan ook: onvergetelijk.

Met voor ons allemaal een beetje pijn in het hart moesten we bij de keuze voor de laatste zes afscheid nemen van boeken die ons dierbaar zijn. Maar de trots waarmee we onze keuze kunnen presenteren, verzacht de pijn.

Voor de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2007 kozen wij de volgende boeken:

Amsterdam, 26 maart 2007

De jury

Cox Habbema, voorzitter
Hans Bouman
Alle Lansu
Wilbert Smulders
Erik Vlaminck