Bert Natter wint met zijn roman Aan het einde van de oorlog de Libris Literatuur Prijs 2026.

‘Op weergaloze wijze laat Bert Natter in deze roman zien dat de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog nog niet allemaal zijn verteld.’
191 romans, van Kader Abdolah’s Ze vliegen nog altijd over de Schie tot Wilgenkind van Josha Zwaan, bevatte de alfabetische groslijst van de Libris Literatuurprijs 2026. Uit die uitgebreide lijst van romans die in 2025 verschenen, selecteerde de jury bestaande uit Noraly Beyer, Sander Bax, Liesbeth D’Hoker, Roos van Rijswijk en John Vervoort eerst achttien romans voor de longlist, daarna zes romans voor de shortlist, en uiteindelijk die ene roman die vandaag bekroond wordt. Die zoektocht naar de in de ogen van de jury beste Nederlandstalige roman van het vorige jaar leverde boeiende discussies op en gebeurde tijdens diverse lange sessies in de opperste verstandhouding.
Wees ervan overtuigd dat elk van deze zes boeken op de shortlist en zelfs bij uitbreiding elk van de achttien boeken op de longlist vele enthousiaste lezers verdienen.
We kozen voor uitdagend proza, voor romans die overgave en aandacht vroegen van ons als lezers. De zes auteurs op onze shortlist schreven over zware, emotionele, verontrustende en soms ronduit traumatische onderwerpen en wisten ons als lezers daarmee emotioneel te raken en te ontroeren: we lazen over ingewikkelde relaties tussen ouders en kinderen, over intense rouw, de effecten van armoede en geweld tijdens het opgroeien, over depressie, toxic masculinity, en over het zware thema van de shoah.
Maar de romans vroegen niet alleen overgave, maar ook aandacht, aandacht voor de literaire techniek. De auteurs waren op zoek naar de meest geschikte literaire constructie, de meest doeltreffende stijl, om iets bij de lezer teweeg te brengen. Wie de zes romans die uiteindelijk de shortlist haalden leest, ontdekt verhalen die thematisch de vele schakeringen van een complexe werkelijkheid proberen te tonen en te ontrafelen maar die tegelijk ook inzetten op het talige spel en een unieke creatieve, literaire vorm om dat verhaal te vertellen. Ze zijn alle zes hecht gecomponeerd en laten de lezer niet alleen voelend en betrokken lezen, maar ook literair en esthetisch. Het is deze combinatie van beleving, documentatie en authenticiteit met compositorisch en stilistisch vakmanschap die de shortlist van 2026 kenmerkt.
We kozen voor zes romans die, alhoewel heel verschillend, de aandacht prikkelen, de ideeën aanscherpen en die de lezer helpen om weerbaar te worden tegen al te gemakzuchtig en gepolariseerd denken waarin elke nuance monddood wordt gemaakt. De auteurs van deze romans namens ons mee naar werelden die we niet kenden, naar emoties die we niet zelf hebben beleefd, naar situaties waarin we geconfronteerd werden met mensen die onmogelijke keuzes moesten maken. Dat is wat literatuur vermag en daarom is en blijft bedachtzame en tegelijk vakkundig en precies geschreven literatuur noodzakelijk. Zoals alle goede kunst voedt de literatuur de mens, ontroert zij ons, en biedt zij verhelderende vergezichten en bijgestelde inzichten op een labyrintische wereld.
We beschouwen de zes door ons geselecteerde romans als liefdesverklaringen aan de literatuur. De romans tonen hoe belangrijk het vakmanschap van de schrijver is: de compositie, het doseren van informatie, het open laten van vragen, het vernieuwen van bestaande genres, de vertelkunst, het zoeken naar de juiste stemmen, het inzetten van meerstemmigheid, de stijl, het laten sprankelen van de taal, het vormen van uitgebalanceerde zinnen. Bovenal dus zijn deze romans het werk van auteurs met een authentieke stem die hun kunst én métier met de grootste zorgvuldigheid beoefenen en er zo in geslaagd zijn om boeken te schrijven die de tand des tijds moeiteloos zullen doorstaan.
Lieselot Mariën verkent in Als de dieren minutieus de gespletenheid – van lichaam en geest -die gepaard kan gaan met het moederschap. Zij beschrijft dit door de getroebleerde ‘ik’ op afstand naar zichzelf te laten kijken en haar gevoelens te noteren. De jury waardeerde de scherpzinnige taal en de intrigerende compositie van dit persoonlijke boek dat tegelijk uitnodigt tot een invoelend en herkennend lezen en tot een literair en esthetisch lezen.
‘Als de dieren gek worden, ren weg van de zee, vlucht, vlucht de hooglanden in.’ (Als de dieren)
Coco Schrijber kruipt in Het gezoem van bijna alles in het hoofd van filosofiedocent Cato Goudschenker, een heerlijk eigenzinnig personage die zich teruggetrokken heeft op een eiland, drinkend, rokend en vooral: denkend. Totdat ze besluit dat ze actie moet ondernemen. Schrijber verbindt de tragiek en lichtheid van het leven op een grandioze manier met elkaar. Zelden las de jury zo’n frisse en lichtvoetige benadering van zwaarwichtige thema’s als eenzaamheid, depressie, rouw en verlies.
‘Op de bodem van die peilloze leegte stuitte Cato op twee dingen. Ze hervond de klimmer die ze was kwijtgeraakt en herrees uit haar laveloze staat van zijn – omhoog, hoger, hoogst, op de top zal het zijn.’ (Het gezoem van bijna alles)
Op een meeslepende en filmische manier volgt Bert Natter in Aan het einde van de oorlog een reeks personages één etmaal lang eind april ’45 in en rond een concentratiekamp waar naarstig gezocht wordt naar de elfjarige zoon van de kampcommandant die vermist is geraakt. Aan de hand van het wel en wee van de eenendertig personages die in het kamp verblijven of werkzaam zijn en zich op verschillende plekken in en om het kamp bevinden, wordt de lezer in deze in bijzondere vorm opgezette roman persoonlijke deelgenoot van de waanzin en de gruwel van de oorlog en het onvoorstelbare leed van de slachtoffers van de Holocaust.
‘Vroeger is kapot. Niet in scherven, maar tot gruis vermorzeld onder soldatenlaarzen’. (Aan het einde van de oorlog)
De jaknikker van Peter Buwalda toont literair vakmanschap: met zijn loepzuivere zinnen en door de meerstemmige constructie bouwt Buwalda een wereld van vaders en zonen, macht en manipulatie. Buwalda plaatst zijn personages, van wie de namen veelzeggend zijn, in een indrukwekkend spiegelpaleis en creëert afwisselende verhaallagen die onderling ook commentaar leveren. De literaire truc die hij in de roman uithaalt had fout kunnen aflopen maar werkt wonderwel door de stilistische vertelkracht van de auteur.
‘Ze beschikte over een intellectuele dorsvlegel waarmee ze naar believen quatch en gebrul verbrijzelde over vrijwel ieder onderwerp.’ (De jaknikker)
In Nog lang geen winter schuwt Peter Terrin het experiment niet bij het zoeken naar de vraag: wat als je kon reizen naar het leven dat je zou hebben geleid door het nemen van een andere keuze op een beslissend moment? Het hoofdpersonage Simon krijgt die kans door naar een parallel universum over te stappen waar hij samen is met zijn dochter Romy. De uiterst kwetsbare relatie tussen een ouder en zijn kind staan in de roman centraal en wordt op indringende wijze vorm te geven met vakkundige inzet van literaire technieken en elementen uit de detective- en science-fictionliteratuur .
‘Dat we het niet begrepen was net het bewijs van haar bestaan.’ (Nog lang geen winter)
Schelvis, het veerkrachtige hoofdpersonage van Overgave op Commando door Nadia de Vries, is iemand wie het lot, of misschien de maatschappij, niet gunstig gezind is. Hen is dader en slachtoffer, held en antiheld, man noch vrouw. Deze moderne Elckerlyc blijft halsstarrig overeind, zowel in het dorp waar hen opgroeit, als de stad waar hen hun heil zoekt. Overgave op commando is een originele schelmenroman en een intelligente klassesatire. De Vries toont zich een geëngageerd verhalenverteller die in een bijzondere stijl een wonderlijk leven schetst.
‘We kwamen allemaal uit gezinnen die bestierd werden door broze mensen, en het merendeel van onze opvoeding was aan toeval onderhevig.’ (Overgave op commando)
De romans van de zes genomineerde auteurs tonen elk op hun unieke manier dat de Nederlandstalige literatuur springlevend is omdat ze klassieke thema’s op een vernuftige en treffende manier verwoorden in woorden en zinnen waarvan er vele lang blijven nazinderen.
We kozen voor deze zes romans die – alhoewel heel verschillend – de aandacht prikkelen, de ideeën aanscherpen en die de lezer helpen om weerbaar te worden tegen al te gemakzuchtig en gepolariseerd denken waarin elke nuance monddood wordt gemaakt. De auteurs van deze romans namen ons mee naar werelden die we niet kenden, naar emoties die we niet zelf hebben beleefd, naar situaties waarin we geconfronteerd werden met mensen die onmogelijke keuzes moesten maken. Dat is wat literatuur vermag en daarom is en blijft bedachtzame en tegelijk vakkundig en precies geschreven literatuur noodzakelijk. Zoals alle goede kunst, voedt de literatuur de mens, ontroert zij ons, en biedt zij verhelderende vergezichten en bijgestelde inzichten op een labyrintische wereld.
Uiteindelijk koos de jury als winnaar van de Libris Literatuurprijs 2026 een roman die op een weergaloze, ontroerende maar ook confronterende wijze een geschiedenis, onze geschiedenis, hervertelt die nooit vergeten mag worden. Het boek toont de durf en het literaire vernuft van de auteur die over het haast onschrijfbare toch een roman aflevert die zich niet laat wegleggen en waarvan de meerstemmigheid van de personages een panoramische blik biedt op de microkosmos die in de roman wordt opgeroepen en de macrokosmos van het menselijk leven over elke tijd en plaats heen.
‘Ze wil het boeketje aannemen, maar zodra de stelen haar huid raken en ze de geur opsnuift, laat ze de bloemen uit haar handen vallen.’
Dit is de laatste zin van deze overdonderende roman die bekroond wordt met de Libris Literatuurprijs 2026: Aan het einde van de oorlog van Bert Natter.
Laudatio winnaar

Aan het einde van de oorlog is een ware tour de force van Bert Natter. Hoe veel durf is er nodig om zo’n intense roman te componeren rond de gebeurtenissen in een concentratiekamp? Hadden we daar niet al genoeg over gelezen? Met Aan het einde van de oorlog laat Bert Natter zien dat het antwoord daarop volmondig ‘nee’ is: hij slaagt erin een volstrekt origineel, eigenzinnig en prachtig nieuw boek over dit zware onderwerp te schrijven.
De roman speelt zich af op één dag, 20 april 1945, niet toevallig de 56ste verjaardag van Adolf Hitler, en volgt niet minder dan 31 personages. De elfjarige zoon van de plaatsvervangend kampcommandant Karl Zehlendorf is verdwenen. Als lezer weet je algauw wat er is gebeurd: het is veeleer de vraag of de ouders achter de genadeloze waarheid zullen komen. En zelfs als daar een antwoord op is, verliest de roman niets aan spanning, en blijf je als lezer aan de bladzijden gekluisterd.
De panoramische blik in meervoudig perspectief verleent de roman een opvallend filmisch (en dus verfilmbaar!) karakter. Bovendien getuigen deze perspectiefkeuzes van groot literair vakmanschap. Natter beteugelt de veelheid aan perspectieven door elk personage te voorzien van een eigen karaktertekening. Minder dan op basis van hun naamgeving, onderscheid je de personages gevoelsmatig. Het getuigt van grote literaire kunde om dit stemmenkoor zo vanzelfsprekend te laten vloeien. Indrukwekkend zijn ook de beeldrijke miniaturen die Natter optekent. Hij zoomt in op het kleine alledaagse leven in en om het kamp terwijl daarbuiten de tragedie zich onherroepelijk ontrolt.
Aan het einde van de oorlog toont de verreikende gevolgen van langdurige indoctrinatie; deze veelal jonge mensen zijn immers opgegroeid met nazipropaganda. Tegelijkertijd slaagt Natter er voorzichtig in van de gruwelijke kampcommandant met zijn gefaalde droom pianist te worden naast een bruut pur sang, ook een lachwekkend sujet te maken. Met dit alles plaatst Natter de lezer steeds maar weer een ingewikkelde positie: wil je wel lachen? Wil je wel meeleven met personages die verantwoordelijk zijn voor gruwelen? Wil je wel plezier beleven aan het lezen van deze roman?
Op weergaloze wijze laat Natter met deze rijkgeschakeerde roman zien dat de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog nog altijd niet allemaal verteld zijn. Dat de tijd misschien nu pas rijp is voor een nieuw soort belevend, verschuivend en daarin bijna documentair vertellen over gruweldaden die, hoewel historisch, jammer genoeg niet tot het verleden behoren. Natter laat ons met deze roman opnieuw kijken naar een historische periode die we al dachten te kennen, maar die we nu als met nieuwe ogen zien. En dat is een geweldige literaire prestatie, die wij graag bekronen met de Libris Literatuur Prijs 2026.
Jury van de Libris Literatuur Prijs 2026, Amsterdam, 11 mei 2026
- Noraly Beyer, journalist en presentator – (voorzitter)
- Sander Bax, hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde, Universiteit van Leiden
- Liesbeth D’Hoker, literair criticus, leraar en dichter, Dietsche Warande en Belfort, De Reactor en De Lage Landen
- Roos van Rijswijk, schrijver, recensent, schrijfdocent en presentator
- John Vervoort, literair recensent De Standaard der Letteren en Het Nieuwsblad, docent aan de Schrijvers Academie
UITZENDING NIEUWSUUR
De winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2026 is bekendgemaakt op maandag 11 mei 2025 tijdens een feestelijke bijeenkomst in Felix Meritis. De bekendmaking is terug te zien via Nos Nieuwsuur.
PODCAST
Luister hier naar de podcast van ‘Aan het einde van de oorlog’.
Anne-Romee Coebergh en Jasper Schonewille interviewen Bert Natter over zijn roman.

#DeZin
En bekijk hier de lessenserie en beluister de audiotrailer en het interview met Bert Natter op 10 maart in Felix Meritis: #DeZin op LessonUp

Interview in Nooit Meer Slapen

Luister hier naar het interview van Femke van der Laan met Bert Natter in Nooit Meer Slapen.
***********************************************************************************************************************************************************************************
OPENINGSSPEECH 11 mei 2026 – Uitreiking 33e Libris Literatuur Prijs,
uitgesproken door Alexander Rinnooy Kan

Vanavond vieren we hier in Felix Meritis het feest van de roman, het verhaal dat bijeen wordt gehouden door een enkele boekomslag. In de buitenwereld blijven de alternatieve werkelijkheden juist ongebreideld toenemen. Wereldleiders, influencers, hoofdredacteuren van kwaliteitskranten, rectoren en studenten van universiteiten wenden zich alle tot ChatGPT, met als gevolg dat redacties alles driedubbel moeten factchecken. We moeten ons steeds vaker verhouden tot werkelijkheid en fictie zonder zeker te weten of het nu fictie of werkelijkheid is.
Waar vinden we nog houvast? Die vinden we nu juist bij de roman. In de literatuur heerst de vertrouwde, historisch gegroeide en algemeen aanvaarde afspraak dat het boek dat je in handen hebt geschreven is door een auteur die zelf iets heeft gevoeld, beleefd en ervaren. Je ontmoet in het lezen een ander mens met wie je het mens-zijn deelt. Dat maakt het waardevol er levenstijd – en leestijd – aan te besteden.
Waarom is die afspraak tussen schrijver en lezer juist nu zo waardevol? Dat is de wederkerigheid van de relatie tussen de schrijver en de lezer. De schrijver investeert zijn levenstijd in het schrijven en de lezer in het lezen. Een interactie met een machine die zich voordoet als mens en suggereert iets te hebben gevoeld of meegemaakt verbreekt dat vertrouwen. Met wie hebben we in het geval van kunstmatige intelligentie een afspraak? Wie is er verantwoordelijk voor de tekst die AI genereert? Wat zijn de achterliggende afspraken überhaupt?
Het lezen van een roman geschreven door een menselijke auteur met eigen ideeën en een eigen stijl is een onvergelijkbare ervaring – de lezer geeft zich over aan een tekst die niet voortkomt uit een taalmodel, maar uit een oorspronkelijke geest die iets onder woorden brengt wat nog nooit zo gezegd is en niet treffender gezegd had kunnen worden. Het genre van de roman biedt ruimte om te experimenteren en te onderzoeken, om regels te doorbreken en van normen af te wijken. Voor de duur van de roman stemmen we er graag mee in om een tijdje in een alternatieve werkelijkheid te verkeren en daar te leren hoe het leven voor andere mensen voelt.
Alle romans op de shortlist kunnen hier als voorbeeld dienen. In Als de dieren laat Lieselot Mariën de de lezer aan den lijve de vervreemding ervaren die het hoofdpersonage door het moederschap overvalt. AI zou zich ongetwijfeld vergalopperen in hallucinaties met de maar liefst 31 personages die Bert Natter in Aan het einde van de oorlog aan het woord laat. Een roman is niet gericht op een eenduidig antwoord, maar ontsnapt aan een vaststaande betekenis. Daarom slagen de beste romans erin je te verrassen, je te ontroeren, je te confronteren met het onbekende. Zoals Peter Terrin doet in Nog lang geen winter, door ons binnen het universum van de roman nog eens van universum te laten wisselen.
De alternatieve feiten die kunstmatige intelligentie ons voorschotelt sluiten onvermijdelijker wijs aan bij het wereldbeeld dat je toch al hebt en onderbouwen overtuigingen die je toch al koesterde, maar de auteur van een roman vraagt om een open houding, om de bereidheid je verwachtingen los te laten en je over te geven aan zijn of haar tekst. In die zin doet fictie een appèl op ons morele oordeel dat AI nooit zal kunnen evenaren. Hoe zou je ooit empathie kunnen opbrengen voor een lethargische vrouw die alles bij elkaar fabuleert? Dat lukt Coco Schrijber met Het gezoem van bijna alles.
En dan is er nog de vernieuwende schoonheid van de taal. Waar AI alleen maar kan werken op basis van patronen in al bestaande data, probeert de schrijver de taal op te rekken. De Jaknikker van Buwalda sprankelt door zijn originele observaties. AI genereert per definitie alleen plausibele taal, maar een roman als Overgave op commando van Nadia de Vries biedt een leeservaring waarvan de lichtvoetige toon scherp contrasteert met de rauwheid van het vertelde.
Wat de roman kan, zal kunstmatige intelligentie nooit kunnen. De machine zal niet voelen, kent geen lijden, heeft geen plezier en ervaart geen bewustzijn. De machine leeft niet en hoeft zich niet te verhouden tot een onafwendbare dood.
De Libris Literatuur Prijs is er en blijft er om het taalgevoel, de creativiteit en het inlevingsvermogen van mensen te bekronen. Van mensen, niet van machines. Wij gaan een prijs die beoogt de kwaliteit van literaire actie te belonen niet toekennen aan een gokverslaafd kopieerapparaat. De van de indienende uitgevers gevraagde garantie dat de genomineerde roman mensenwerk is en geen algoritmiek vragen wij in het volle vertrouwen dat de roman niet alleen een schitterend verleden heeft, maar ook een spectaculaire toekomst.
Bestuur Stichting Literatuur Prijs

