Gijs van der Ham, senior conservator Geschiedenis Rijksmuseum.

Penningen lijken op munten: ze zijn meestal rond en van dezelfde materialen en vaak ook met dezelfde technieken vervaardigd. Toch zijn ze heel anders, want penningen zijn geen betaalmiddel en hebben dus geen geldwaarde. Daardoor kunnen ze ook groter, dikker en zwaarder zijn en meer reliëf en meer informatie bevatten dan munten. Ze zijn ooit wel uit munten voortgekomen, omdat er behoefte ontstond de vorm voor andere doeleinden te gebruiken.

Penningen zijn bijna altijd voor bepaalde gelegenheden gemaakt: om een belangrijke gebeurtenis of bepaalde personen te vieren of te herdenken, als eerbetoon, als propaganda, vanwege een geboorte, huwelijk of overlijden, als bewijs van aanwezigheid bij speciale bijeenkomsten, als draagteken, voor het gebruik maken van bepaalde diensten (uitgifte van brood aan armen, gebruik van een gasmeter bv), om mee te rekenen etc .etc. Pas sinds de 20e eeuw worden penningen alleen als kunstobject gemaakt.

Het genre ontstond tijdens de renaissance in Italië. In de Nederlanden worden vanaf de vroege 16e eeuw penningen gemaakt. Een van de oudste en belangrijkste is de grote bronzen penning die Erasmus door Quinten Matsijs in 1526 liet maken om aan vrienden en bewonderaars te sturen. Beroemd zijn ook de kleine ovalen geuzenpenningen die edellieden in 1566 gingen dragen om aan te geven dat zij de politiek van Filips II afwezen.

De Gouden Eeuw is in Nederland ook een gouden eeuw voor de penningkunst. Toen werden de meest bijzondere penningen gemaakt en nam Nederland op dit gebied een echt vooraanstaande plaats in. Veel van die penningen betreffen momenten uit de Tachtigjarige Oorlog en de zeeoorlogen met Engeland en tonen bijvoorbeeld opvallend gedetailleerde weergaves van belegeringen en zeeslagen. Bijzonder zijn vooral de zogenaamde plaquettepenningen, gedreven penningen die hierdoor veel reliëf hebben en waarvan beide zijden aan elkaar werden gesoldeerd. Dit waren echte pronkstukken die ook steeds meer werden verzameld. Beroemde zilversmeden als vader en zoon Lutma maakten in die tijd ook penningen, zoals de penning die in opdracht van het Amsterdamse stadsbestuur werd uitgegeven ter viering van de Vrede van Munster.

Gedurende de hele 18e en 19e eeuw bleven penningen op grote schaal gemaakt worden en dat ging tot in de 20e eeuw door. Hierbij horen penningen van hoge kwaliteit, maar leidend was Nederland niet meer. In de loop van de afgelopen eeuw nam het aantal penningen af dat ter herinnering aan historische gebeurtenissen werd gemaakt; de behoefte hieraan werd kennelijk minder. De kunstenaarspenning, zonder speciale aanleiding of een gelegenheidsthematiek, werd daarentegen prominenter. Wat gebleven is zijn penningen (medailles) die als prijs worden gegeven, al hebben die lang niet altijd meer de kenmerkende ronde vorm.