De trooster is toegankelijk, confronterend en ontroerend tegelijk, een boek van grote klasse, een roman van deze tijd en álle tijden. Gerritsen laat met deze roman precies zien hoe ver haar indrukwekkende talent reikt. En dat is heel ver.

Een man schuurt deurposten en gaat even zitten: daarmee opent De trooster. Niet een sensationeel begin van een roman, maar al in de eerste twee alinea’s onthult Gerritsen wat achter die doodgewone handelingen schuilgaat: een chronisch gevecht tussen gemoedsrust en verlangen, een innerlijke strijd die elk moment een onverwachte wending kan krijgen.

De ellende begint in de alinea daarop, met het binnenkomen van Henry Loman. We hebben dan amper één romanpagina omgeslagen, we weten nog niet wie de verteller is of wat hij precies doet, maar we voelen al: er gaat iets gebeuren tussen deze twee mannen. Een vernietigend conflict tegen een achtergrond van existentiële hunkering en twijfel.

Gerritsen voert de spanning even geduldig als onontkoombaar op, zin voor zin perfect getimed. Hoofdpersoon Jacob, de mismaakte conciërge van een klooster, raakt steeds meer in de ban van de joviale nieuwe gast Loman, die op zoek is naar bezinning. Of boetedoening. Via hun geloof, of hun verlangen naar oprecht geloof, zoeken Jacob en Henry samen naar verlossing, en tegelijkertijd zoeken ze naar iets wat geen godsdienst of kloosterritueel hun kan geven: de krachtige verbondenheid met een geestverwant van vlees en bloed.

Zoals Jacobs religieuze toewijding en Henry’s luchtige charisma diepe twijfels en zwarte zonden verbergen, zo gaan achter Gerritsens ogenschijnlijk simpele zinnen grote, ingewikkelde thema’s schuil: tijdloze religieuze en filosofische conflicten, maar ook actuele MeToo-achtige kwesties rondom schuld en machtsmisbruik, bestraffing en vergeving, en de vraag in hoeverre je een schuldig mens ooit mag afwijzen.

Lees het volledige juryrapport.

Esther Gerritsen - De trooster